Tot en met 30 juni 2010 kunnen de leden van het FNV stemmen of zij het eens zijn met het akkoord van de sociale partners over de AOW en het flexibel pensioen. Het is duidelijk dat de FNV het uiterste heeft getracht in het bereiken van een akkoord. Een belangrijke stap voorwaarts is het besef van de vakbond dat het onhoudbaar is om de AOW op 65 jaar te houden.
Er zijn echter ook redenen om tegen het bereikte sociaal akkoord te stemmen. Na bestudering van het akkoord over de AOW en het flexibel pensioen vielen mij een aantal aspecten op;
- In 2020 wordt de AOW leeftijd verhoogd naar 66 jaar, vijf jaar later (in 2025) wordt bekeken of de AOW leeftijd verder moet worden verhoogd. De sociale partners verwachten dat deze dan naar 67 jaar gaat. Het is echter nog maar de vraag of de overeengekomen stijging van de AOW leeftijd snel genoeg is met het oog op de stijgende kosten van de AOW;
- Vanuit het oogpunt van de ‘jonge’ werknemer lijkt het verstandiger om de AOW sneller te verhogen dan voorgesteld. Als de kosten van het voorgestelde sociaal akkoord hoger uitvallen bestaat de kans dat de AOW leeftijd naar 68 jaar gaat. De kabinetsplannen bieden in dat opzicht meer zekerheid maar missen het element van een flexibele pensionering;
- De toezegging van de sociale partners om een aanvullende beleidsagenda te ontwikkelen om de arbeidsparticipatie en arbeidsmobiliteit van ouderen substantieel te verbeteren is te vrijblijvend. De toezegging om in het najaar van 2010 afspraken te maken had veel dwingender in het sociaal akkoord moeten worden vastgelegd. Belofte maakt schuld maar er zijn geen waarborgen dat de sociale partners hun belofte (kunnen) nakomen;
- Uit recente uitlatingen van de heer Van Der Kolk (NRC, 16 juni 2010) blijkt dat het FNV een andere houding wil innemen ten aanzien van de WW-duur en het ontslagrecht. Deze verandering is positief maar sociale partners moeten rekening blijven houden met de kwetsbaarheid van sommige groepen werknemers (bijv. ouderen, ‘zware beroepen’ etc.). Hiermee wordt het belang van goede afspraken omtrent de rol van ouderen op de arbeidsmarkt nogmaals onderstreept;
- Werknemers zullen zelf meer het risico gaan dragen voor het vermogensbeheer van de pensioenfondsen. Het zou de sociale partners sieren als zij dan ook de mogelijkheid creëren om als (jonge) werknemer een pensioenfonds mee te nemen naar een volgende werkgever (in plaats van het vermogen over te dragen aan een ‘volgende’ pensioensfonds);
- Een flexibele arbeidsmarkt behoeft ook een wijziging van de pensioenswetgeving. Het belang pensioenfondsen te ‘koppelen’ aan werknemers in plaats van werkgevers, wordt niet door de sociale partners opgemerkt. Het risico op ‘pensioenbreuken’ wordt daarmee verder vergroot, zeker nu de dekkingsgraden van de pensioenfondsen onvoldoende zijn;
- Met dit akkoord bieden de sociale partners een constructieve bodem voor vruchtbaar overleg met het toekomstig kabinet, omdat er wordt voorzien in de wens om de AOW leeftijd te koppelen aan de levensverwachting. Het periodiek herzien van de leeftijd zou de houdbaarheid van de AOW moeten garanderen;
Gelet op deze bevindingen zal het dan ook niet verassend zijn dat ik tegen het voorgestelde sociaal akkoord zal stemmen. Het akkoord tussen de sociale partners biedt echter wel een constructieve basis voor verder overleg met het kabinet. De inzet van de sociale partners moet zijn om opnieuw in overleg te gaan met het kabinet met het akkoord als basis.
Gebruikte bronnen
- http://www.fnvbondgenoten.nl/referendum
- Principeakkoord over flexibel pensioen en AOW (4 juni 2010). Nieuwsbericht FNV website. http://www.fnv.nl/defnv/actueel/nieuws/sociale_partners_akkoord_over_flexibel_pensioen_en_aow.asp
- FNV: hervorming WW bespreekbaar (16 juni 2010). NRC.nl. http://www.nrc.nl/economie/article2564728.ece

